Twee etiketten: Een mislukt experiment (1) - Postzegelblog

Twee etiketten: Een mislukt experiment (1)

4

tentenkamp-harzkamp_2Internering is volgens het woordenboek, het ontnemen van de vrijheid op gronden van algemeen belang en/of algemeen of bijzondere veiligheid. Internering wordt meestal toegepast in oorlogstijd, als militairen de grenzen van een neutrale mogendheid overschrijden of onbedoeld op neutraal gebied terecht komen.

In de Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918) was Nederland neutraal.

Bij onze zuiderburen werd zwaar gevochten. Regelmatig overschreden vooral Belgische, maar ook Britse en Duitse militairen onze grens. Vooral toen de Duitsers de stad Antwerpen hadden omsingeld vluchtte een groot aantal soldaten in paniek ons land binnen. Deze militairen werden bij ons ondergebracht in interneringskampen.

Deze interneringskampen bevonden zich in de volgende plaatsen : Assen,  Gaasterland,  Harderwijk,  Kampen,  Leeuwarden,  Loosduinen,  Nunspeet,  Oldenbroek , Urk,  Vlissingen,  Wierickerschans (bij Bodegraven),  Zeist en  Zwolle. Verschillende van deze kampen werden tijdens de periode 1914 – 1918 opgeheven of samengevoegd. Verreweg de meeste geïnterneerde militairen zaten in de kampen Zeist en Harderwijk.

tentenkamp-harzkampOverzicht van het kamp Harskamp bij Oldenbroek

Generaals, weigeraars, tennissers en dwarsliggers

In het Zwolse kamp waren ondergebracht de Belgische generaals en hun bedienden. Urk was de verblijfplaats van officieren die weigerden hun erewoord te geven, dat ze niet zouden ontvluchten. In de Wierickerschans werden eerst Franse, Britse en Belgische officieren ondergebracht, later Duitse officieren. Bij een bezoek dat ik onlangs bracht aan dit fort, ontdekte ik nog de overblijfselen van een tennisbaan, gebruikt door deze vooral Britse “heren”.
In Vlissingen was een bijzonder “interneringsdepot” gevestigd. Hier zaten “die elementen onder de geïnterneerden, wier aanwezigheid in de overige depots ongewenst was.”

Het liep uit de hand

Omstreeks 1906 was door de Wereldpostvereniging besloten dat geïnterneerde militairen, evenals krijgsgevangenen, portvrijdom zouden genieten voor hun correspondentie. De meeste van bovenvermelde geïnterneerden maakten gebruik van deze regeling en er ontstond een uitgebreide briefwisseling met het thuisland.

De Duitse bezetters in België beklaagden zich erover dat er te veel geïnterneerdenpost vanuit Nederland naar België werd verzonden. De censuurbeambten (want deze post werd gecensureerd) konden het niet aan. Er moest worden ingegrepen.

Invoering etiquetten

Op 3 februari 1916 verscheen Dienstorder No. 49 van het Hoofdbestuur der P.T.T.
“ VRIJSTELLING VAN PORT. Bij de militaire autoriteiten bestaat het voornemen om ten behoeve van de correspondentie tusschen geïnterneerden en personen in de tot het postverkeer met Nederland toegelaten plaatsen gelegen in het door Duitschland bezette gedeelte van België, etiquetten beschikbaar te stellen met het opschrift :

AUG. 1914
KONINKRIJK DER NEDERLANDEM
INTERNEERINGSKAMPEN

Stukken voorzien van zoodanige etiquetten zijn naar Utrecht te zenden.
De dagteekenstempel is gedeeltelijk op het stuk en voor het andere deel op de etiquette af te drukken. Bovendien wordt evenals tot dusver, de stempel :

PORTVRIJ
FRANC DE PORT
Militaires étrangers
Internés dans les Pays-Bas

op de stukken afgedrukt.”

Commentaar op Dienstorder 49

  • De uitgave van de etiketten wordt niet verzorgd door de P.T.T. maar door het Ministerie van Oorlog in opdracht van de Duitse bezetters van België.
  • De enige bemoeienis van de posterijen met deze emissie is dat er voorschriften worden gegeven over de te gebruiken stempels en over de manier van afstempelen.
  • In de archieven van het Ministerie van Defensie is niets te vinden over de invoering van deze etiketten. Men had zich waarschijnlijk met belangrijker zaken bezig te houden en heeft de stukken die ongetwijfeld hebben bestaan over deze zaak, niet bewaard. Wellicht schaamde men zich ook dat het geheel moest gebeuren op bevel van de toch niet zo populaire Duitsers.
  • De datum augustus 1914 die op de etiketten of de interneringszegels, zoals ze later werden genoemd, moest worden vermeld, slaat op de datum van het begin van de Eerste Wereldoorlog. Niet op de emissiedatum 1 februari 1916.
  • Brieven voorzien van de eerste interneringszegel moesten worden gezonden naar Utrecht. Daar was gevestigd het Expeditiebureel Nederland-België. Dit bureel fungeerde dus als uitwisselingskantoor.

Twee etiketten voor één cent

Opmerkelijk is dat de interneringszegels al waren gedrukt, voordat de Dienstorder No. 49 op de postkantoren werd bezorgd. Ook het distribueren van het eerste etiket door het Ministerie van Oorlog over de verschillende interneringskampen had toen reeds plaatsgevonden.

Elke geïnterneerde militair kon voor de prijs van 1 cent twee etiketten kopen die konden worden gebruikt voor het verzenden van twee poststukken in de maand februari 1916. Zo werd het aantal te verzenden brieven ingeperkt. Voor de maand maart 1916 zou een nieuw plakzegel worden verstrekt.

postzegel1-interneeringskampen

Interneringszegel nr 1

De Groene en de Bruine Maagd

Op de eerste interneringszegel werd afgebeeld de Nederlandse Maagd met staande Leeuw en Vlag. De zegel moest worden uitgevoerd in groen en was bestemd voor de maand februari 1916.

De tweede (voor de maand maart 1916) werd  bruin met een heel klein beetje lichtgeel . Afgebeeld werd de Nederlandse Maagd met liggende Leeuw en Vlag met op de achtergrond een deel van een interneringskamp. Beide zegels werden aangemaakt op last van de opperbevelhebber van het Nederlandse leger. De directe opdrachtgever was de Interneeringsdienst te Den Haag. De opdracht werd gegeven aan de drukkerij J. van Boekhoven te Utrecht. Daar werden toen ook de spoorboekjes gedrukt.

Toen deze drukker om informatie werd gevraagd over de productie van de etiketten, deelde men mee dat men wel de opdracht had ontvangen, maar dat men niet was overgegaan tot het drukken van de interneringszegels.

Over wie de etiketten had ontworpen en wie er wel de drukker was, was niets terug te vinden in de archieven. Het is de verdienste geweest van de Amsterdamse filatelist K.E. König dat daar nu veel meer over bekend is. Omstreeks 1950 plaatste hij ingezonden stukken in de vaktijdschriften Drukkersweekblad en Graficus om gegevens over deze zaak te achterhalen. Ja zelfs in de Libelle schreef hij een stukje om de duistere punten op te lossen.

De ontwerper

De eerste reactie die König kreeg over de ontwerper was, dat het een ontwerpster betrof. Vandaar zijn vraag in de rubriek “Libelle weet ‘t”. Dit leverde vier reacties van – nota bene – mannen op. Zo werd ontsluierd dat de ontwerper (dus toch een man) de grafisch kunstenaar A.P.W. van Starrenburg was. Hij werkte van 1911 tot 1939 als tekenaar ontwerper bij – u zou het niet verwachten – de drukkerij  J. van Boekhoven.

Deze kunstenaar vervaardigde talloze litho’s, etsen, pasteltekeningen, hout- en linoleumsneden. In de dichtbundels van Adriaan Roland Holst zijn de illustraties vaak vervaardigd door Van Starrenburg. Het Rijksmuseum bezit enige werken van zijn hand.

De ontwerpen voor de interneringszegels werden volgens briefschrijvers uitgevoerd als pasteltekening. In de archieven zijn die ontwerpen niet meer terug te vinden. Het ontwerpen van de etiketten is waarschijnlijk onder grote tijdsdruk gebeurd, vandaar dat het geheel esthetisch gezien niet zo geslaagd is.

postzegel2-interneeringskampen-aug_1914

Interneringszegel nr 2

De drukker

Ook het vinden van de drukker van de zegels was een heel karwei.
De reeds genoemde König kreeg een tip dat hij moest zoeken naar een steendrukkerij in Amsterdam. Na veel omzwervingen kwam hij terecht in de Jordaan. In de Karthuizerstraat zouden de etiketten gedrukt moeten zijn, maar hij vond daar geen drukkerij. Navraag bij middenstanders in de buurt leverde hem uiteindelijk de naam van de drukkerij op. Het bleek te zijn  “Steen & Boek Drukkerij J.R. van den Berg Karthuizerstraat 26 Amsterdam Telefoon 49717”. De drukkerij bestond niet meer, maar voormalig personeel en familie van Van den Berg leefden nog.

Nu bleek dat drukkerij Van Boekhoven de opdracht had uitbesteed aan Van den Berg omdat  de reproductie van de ontwerpen het best kon worden uitgevoerd in steendruk en deze techniek beheersten ze niet bij  Van Boekhoven.

Zo ziet men in welke bochten men zich moet wringen als zaken uit het verleden niet goed worden gearchiveerd. Een verwijt mag zeker worden gemaakt aan de archiefbeheerders van het Ministerie van Oorlog in 1916. Vijfendertig jaar later was er bijna niets meer terug te vinden.

Etiketten

Het bleek dat de steendrukkerij J.R. van den Berg was gespecialiseerd in het drukken van etiketten. Bekende etiketten in die tijd waren die van de tomatenjam Tomaterna en van (voor de drankliefhebbers beroemde) Vermouth di Torino. Beide gedrukt bij de steendrukkerij van onze interneringszegels. Ik denk dat toen Van Boekhoven de opdracht kreeg om “etiquetten” voor de Interneeringsdienst te vervaardigen, hij onmiddellijk moest denken aan  zijn collega  J.R. van den Berg, die bekend stond als een vakkundig drukker van etiketten.

Gegevens over het drukken van de etiketten

Begin 1916 waren er ruim 31.000 geïnterneerde Belgen in ons land. De groene zegels werden gedrukt in vellen van 65 stuks in 5 rijen van 13 zegels. Totaal werden 1.000 vellen gedrukt en was de oplage van de Groene Maagd derhalve 65.000 exemplaren. De bruine zegels werden gedrukt in vellen van 72 stuks in 9 rijen van 8 zegels.

In totaal drukte men 900 vellen van 72 stuks wat een oplage oplevert van 64.800 Bruine Maagden. De zegels vertonen tal  van kleine en grote verschillen. Men zou dit plaatfouten kunnen noemen, ware ze niet in steendruk uitgevoerd. Dus “steenfouten” zou beter zijn.

Allerlei nuances, zoals lichtere en donkerder zegels, zijn te verklaren uit het vetter of minder vet afdrukken van de steen op het papier, of door het feit dat de druk niet achter elkaar op één dag is geschied of doordat de drukker de steen heeft moeten na-inkten. Uit de verhalen van voormalige werknemers van de drukkerij blijkt dat de stenen kort na het produceren van de interneringszegels zijn afgeslepen om opnieuw gebruikt te kunnen worden.

Het verdelen van de interneringszegels over de kampen

Op 1 februari 1916 werden de groene etiketten door de Interneeringsdienst van het Ministerie van Oorlog afgeleverd aan de kampen met Belgische geïnterneerden. Het Kamp bij Zeist ontving de meeste namelijk 23.252 zegels.

Zoals gezegd konden de militairen er twee per persoon kopen voor 1 cent. Let wel dat dit geen portikosten waren. Geïnterneerde militairen konden hun post immers portvrij verzenden. Er werd onmiddellijk gebruik gemaakt van deze plakzegels, want de eerste afstempelingen dateren van 3 februari 1916. De bruine etiketten werden gedistribueerd half februari 1916. En waren bestemd voor de maand maart. Deze mochten dus nog niet worden verkocht in februari.

brief-interneeringskamp

Brief verzonden uit het Kamp bij Zeist op 07-02-1916 met het violette stempel Zurück weil unzulässig

En toen ging het mis

De stroom brieven met de groene etiketten kwamen bij de Duitse bezetters in België aan. Na het censureren  zouden ze moeten worden bezorgd bij de geadresseerden, de familieleden en kennissen van de Belgen die vastzaten in ons land. Maar … dit gebeurde niet. De Duitsers weigerden deze brieven te laten bezorgen.

Het Hoofdbestuur der P.T.T. deelde per 24 februari 1916 aan de Opperbevelhebber van het Nederlandse leger mee, dat de Duitse militaire autoriteiten in België, alle stukken die van deze interneringszegels waren voorzien, geweigerd en geretourneerd hadden.

De brieven werden teruggezonden naar de teleurgestelde soldaten, voorzien van één der stempels : Zurück, weil unzulässig  of  Unzulässig zurück. De bruine etiketten, die reeds waren verspreid over de verschillende kampen zijn nooit in de verkoop gekomen. We kunnen dus spreken van een mislukt experiment.

brief-interneeringskamp2

Brief verzonden uit het Interneeringsdepot Harderwijk met onder andere de handtekening van de kampcommandant en het violette stempel Unzulässig zurück

Bijna geen brieven met interneringszegels overgebleven

De teruggezonden brieven werden in het algemeen slecht bewaard door de ontgoochelde Belgische soldaten. De grote groene zegels waren er vaak slordig opgeplakt en staken soms over de rand van de brief. Vandaar dat brieven die bewaard zijn gebleven er onooglijk uitzien.
Veel zijn er niet overgebleven. In april 1916, tijdens een onverwacht alarm, zijn de meeste verscheurd of weggegooid. Tijdens deze paniek werd de geïnterneerden aanbevolen alles te vernietigen wat ze overbodig vonden, om, in geval van vertrek, zo min mogelijk bagage bij zich te hebben. Enkele militairen propten de brieven nog snel in hun ransel.

Waarom werden die brieven geweigerd door de Duitsers ?

De gangbare opvatting is dat de Duitsers bang waren dat er onder die grote zegels mededelingen zouden worden geplaatst, die niet of minder gewenst waren. De Duitse bezetters waren dus bang voor spionage.
Ik denk dat bovengeplaatste opvatting niet juist is. Het lijkt logisch en ook een beetje romantisch. Maar … Terwijl men hier bezig was met het ontwerpen, drukken en verspreiden van de groene en bruine maagden, werkten de Duitsers aan een nieuw idee.

Al vanaf de zeventiger jaren van de negentiende eeuw bestonden de briefkaarten met betaald antwoord. En het gebruik van deze briefkaarten was veel efficiënter dan het gedoe (onder andere elke maand een nieuw etiket) met die interneringszegels.

Het censureren van briefkaarten is veel eenvoudiger dan dat van brieven. Bovendien konden op slechts elf regels tekst worden geschreven. Dit idee was dus veel eenvoudiger en overzichtelijker. Vandaar dat de Duitse bezetters de brieven met interneringszegels ongecensureerd terugzonden, omdat ze veel meer zagen in hun nieuwe idee.

portvrije-briefkaarten

De Duitsers produceerden deze kaarten en de Nederlandse Regering betaalde de kosten. Elke geïnterneerde ontving één kaart per maand. Vanaf juni 1916 werden deze portvrije dubbele briefkaarten gebruikt.

portvrije-briefkaarten2

Deze portvrije briefkaarten met betaald antwoord kwamen in plaats van de interneringsetiketten

Overgebleven “maagden” niet vernietigd

Normaal gesproken zouden we nu aan het eind van het verhaal over het mislukte experiment met de Nederlandse interneringszegels moeten zijn aangekomen. Maar door het ontbreken van duidelijke regelingen en regels over wat er met de overgebleven groene en bruine “maagden” moest gebeuren, gaat de geschiedenis van deze etiketten nog door.

Lees volgende week deel 2 dit verhaal.

Illustraties: Janneke Mens
Tekst: Daan Koelewijn

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Duitsland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (1 stemmen, gemiddeld: 5,00 uit 5)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Daan Koelewijn was erelid van KNBF en NVPV en lid van de NVPV afdeling Boskoop. Janneke Mens is zijn kleindochter.

Reacties (4) Schrijf een reactie

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)