‘De Beemster’ op de Werelderfgoedlijst

0

Met twee Nederlandse postzegelemissies pleegde TNT Post ‘Holland Promotie’ door typisch Nederlandse landschappen op te voeren. Op de Euro-introductiepostzegel (nvph 1991) en het Amphilex-velletje (nvph 1926) staan Nederlandse objecten, die ook op de Werelderfgoedlijst van de Unesco terecht zijn gekomen.

De geometrische lappendeken van de Beemster neemt het overgrote deel van het Amphilex-velletje in beslag. Van het fort Spijkerboor, een deel van de Stelling van Amsterdam, staat maar een minimaal deel op de Euro-introductiepostzegel. Vandaag ‘De Beemster’.

De postzegelvelrand

1. Een diagonale uitsnede van de topografische kaart (gele dwarsdoorsnede met rode kaderlijn) van de droogmakerij de Beemster van cartograaf Blaeu staat op de postzegelvelrand en voor een deel op beide postzegels. Een overzichtelijk stramien van de strakke poldergeografie van watergangen, wegen en genummerde percelen treedt duidelijk op de voorgrond. Het noorden bevindt zich (zoals gebruikelijk in de 17e eeuw) aan de rechterkant van de kaart. Bij een kwartslag omdraaiing van de kaart staat het noorden aan de bovenkant, zoals nu gebruikelijk.

Vijf noordwest-zuidoost lopende tochtsloten snijden onder haakse hoek vier zuidwest-noordoost lopende sloten. Tussen de sloten lopen enigszins verhoogd aangelegde wegen. Aldus ontstond een patroon van vierkante en rechthoekige kavels.

De droogmakerij bestaat (als we de bochtige oevers met het land wegdenken) uit zes vierkanten die samen een  rechthoek vormen met de ideale klassieke verhoudingen van twee staat tot drie. De zes vierkanten zijn elk weer opgebouwd uit zestien (4 x 4) vierkanten van 900 keer 900 meter, elk bestaande uit vijf akkers (basiskavel) van  900 keer 180 meter.

De ruimtelijke indeling van het stelsel van tochtsloten is in overeenstemming met het principe uit de klassieke  oudheid. Destijds onder invloed van architectonische en stedenbouwkundige inzichten ingevoerd. Daarbij was aandacht voor hechtheid, bruikbaarheid, efficiëntie, functie en esthetische kwaliteit. Dit resulteerde in een strak geometrisch ontwerp in het nieuwe, pas drooggelegde polderland.

2. Linksboven op het postzegelblokje is de molenbouwer afgebeeld. Met financiële steun van rijke VOC-kooplieden o.a. uit Amsterdam , Hoorn en Enkhuizen heeft hij de Beemsterpolder op 16 mei 1612 weten leeg te pompen. De extra land- en weidegrond met haar graanopbrengsten kon de snel groeiende bevolking van de handeldrijvende steden in de gouden eeuw maar al te goed gebruiken.

3. Drie molens staan op de binnenste ringdijk in een ‘molendriegang’. Door de getrapte bemaling zijn de diepste delen van de polderdoor middel van een al maar vertakkend waterwegennet drooggevallen. Elke molen sloeg het water een trapje hoger op. Het water werd bijna vier meter omhoog gemalen. De Beemster ligt ruim 3,5 meter onder het NAP.

Op de Watermanagement-postzegel (nvph 2350, ontworpen door de Chinees  Ma Gang) staat een gefantaseerde molendriegang van onder-, midden- en bovenmolen, die het hoogteverschil tussen waterniveau in een polder en het boezemwater van de ringvaart kunstmatig overbrugt.

De luchtfoto van het cultuurlandschap van de Beemster (hét perspectief van een vliegtuigpassagier) met z’n geometrisch geordende patronen (schaakbordpatroon) en kleurverdeling van de verschillende percelen, is in sterk vereenvoudigde vorm op beide Zakelijke Postzegels (nvph 2250/51) met z’n kleurige lappendeken van bloembollenvelden (tinten rood), weiden en bossen (tinten groen) terug te vinden.

Nader toegelicht

Omstreeks 1600 bestond ongeveer het derde deel van de provincie Noord-Holland uit water. Veenstroompjes hadden zich in de veenbodem  in de loop der jaren o.a. door stormen tot grote meren uitgeslepen. Deze plassen vormden een bedreiging voor het omringende land.

De ‘droog-leg-methode’ van het grootste meer van de provincie, de Beemster (ruim 2700 ha), was op zich eenvoudig. Men groef een brede sloot om het droog te leggen meer. Wierp van de uitgebaggerde grond een dijk op tussen het meer en de nieuwe ringvaart. Vervolgens ‘schepten’ 43 windmolens het water van het meer in de ringsloot. Vandaar werd het afgevoerd op ruimer buitenwater. In 1612 is de polder na vijf jaar malen drooggevallen.

Het unieke Noord-Hollandse cultuurlandschap met slingerende ringvaart en ringdijken omsluit een (volgens wiskundige principes geordende, geometrische)´blokland-verkaveling´ uit de 17e eeuw. Dit ´meesterwerk-van-creatieve-planning´ met zijn overzichtelijke patronen-indeling is al in de klassieke oudheid van de Grieken en Romeinen bij de steden- en wegenaanleg (vanwege de strategische, praktische en efficiënte verbindingen) toegepast. Deze moderne geometrische schaakbordindeling is o.a. ook in het stratenplan van New York aangebracht.

De kavels van de droogmakerij werden bij loting verstrekt aan de belanghebbenden, namelijk investeerders en de hervormde kerk (10 %). Per kavel werd een lot getrokken. Het resultaat hiervan was wel dat iemand, die over meerdere loten beschikte, zijn toegewezen kavels niet altijd aaneengesloten kreeg. Voor de investeerders geen praktisch probleem, wel voor de zetboeren. Zij moesten met paard en wagen geregeld tijdrovend omrijden om de verschillende landerijen te bereiken.

Aanvullende informatie (in woord en beeld) over de Werelderfgoedlijst is op 5 oktober zijn in de artikelen ‘Bekendheid geven aan de Werelderfgoedlijst‘  en op Postzegelblog verschenen.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (nog geen stemmen)
Loading ... Loading ...
  • Delen:
  • Delicious
  • Hyves
  • Facebook
  • eKudos
  • MSN Reporter
  • NUjij
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Digg
  • Google
  • Windows Live Favorites
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Tags bij dit artikel

Reacties (0)

Schrijf een reactie