Op Nederlandse bijslagpostzegels verschijnt zo nu en dan een engel als hulp- en/of voorbeeldfiguur tussen het hemelse en aardse, zoals zal blijken uit deze bijdrage. Zij spoorden/sporen gezonde mensen aan te ‘offeren’ door weldadigheidspostzegels of goede doelpostzegels te kopen. Het gebruik van deze bijbelse ‘indificatie-figuranten’ wordt tegenwoordig in het al maar meer onkerkelijk wordende Nederland als omslachtig ervaren.
Romantische liefde

De frontaal afgebeelde mond met rode lippen van de Liefdespostzegel (nvph 2322) van ontwerper Gielijn Escher bestaat uit twee gekantelde harten en is een deel van een groter geheel, namelijk een gezicht. Ieder hart op zich kan ook al een mond met lippen gezien worden, maar dan van de zijkant bekeken. Bij deze benadering hebben we met twee monden te maken van twee verschillende gezichten. Deze speelse dubbele bodem (één mond en face en twee monden en profil) karakteriseert Escher als een ‘gimmick’.

Op een fantastische wijze worden op bijgaande maximumkaart de twee van de zijkant afgebeelde monden op een aanstekelijke wijze in vliegende vaart zoenend met elkaar verbonden. De liefde is tot alles in staat.

De ‘voorbij vliegende’ persoon zou met de vleugel van de Decemberzegels 1996 (nvph 1702) als onderdeel van een engel beter uit zijn geweest bij een landing.


De cupido-figuur weet met zijn vleugels immers ook een zachte landing te maken. Het bekoorlijk, wit marmeren amorfiguurtje kan met zijn vleugels een geruisloze landing maken en meteen daarop ook speels ondeugend met zijn wijsvinger met goed gevolg een ’ssst-geluis’ laten horen. Deze waarschuwende handeling komt op de foto, die de zegelafbeelding (nvph 1902) in het grotere geheel inpast, pas geheel tot uitdrukking. Voorts toont de maximumkaart nog een andere liefdesactiviteit: de cupidofiguur trekt met de andere hand een pijl uit de koker. Een versregel van Voltaire op de sokkel van het beeld (van beeldhouwer Etienne-Maurice Falconet (1716 – 1791) versterkt de dreigende liefde: “Wie je ook bent, hier is je meester. Hij is het, was het of zal het worden.”
Godsdienstige beleving
De gevleugelde ‘individuen’ op vijf van de tien Goede Doelenpostzegels 2005, de engelen uit het geboorteverhaal van het Christuskind, vervullen er verschillende rollen. Het overeenkomstige van deze bijbelse afbeeldingen is de medemenselijkheid en verbondenheid tussen hoofd- en bijrolspelers. De bijslaggelden van deze Goede Doelenzegels onderstrepen financieel de verbetering en instandhouding van deze sociale waarden.

* Aankondiging van de geboorte door de engelen
Op de eerste zegel van het velletje (nvph 2381) bevinden Maria en de aartsengel Gabriël zich op een miniatuur uit een 15e eeuws gebedenboek in een interieurruimte. De vervaardiger is onbekend.

Op een ander miniatuur (nvph 2386) vertelt de aartsengel Maria dat zij een zoon zal baren. Maria luistert aandachtig met gevouwen handen. De lelie (in de linkerhand van de engel) symboliseert de zuiverheid van het gebeurde. De vervaardiger is onbekend van deze miniatuur uit omstreeks 1510.

* De aanbidding van de herders
Vier engeltjes (geschilderd op een houten paneel in 1633) houden linksboven op de postzegelafbeelding (nvph 2373) een banderol vast met daarop tekst en notenschrift: “Gloria in excelcis Deo et in terra pax hominibus bonae voluntatis” (Ere aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen van goede wil). Het schilderij op een paneel is gemaakt door Pieter de Grebber in 1633.

Twee engelen en Maria knielen in aanbidding voor het naakte Christuskind (nvph 2388) dat op een bedje van stro ligt in een stenen trog. Deze schildering van de Meester van Morrison uit de periode 1495-1504 is het middelste gedeelte van een houten drieluik.

* De vlucht uit Egypte
Twee engelen (nvph 2390, één is gedeeltelijk zichtbaar) zijn druk in gesprek over de vlucht van Joseph en Maria uit Egypte. Miniatuur uit een getijden- en gebedenboek uit 1510; de maker is onbekend.
Minder religieus figureert en meer profaan functioneert een engel op kinderzegels 1924 (nvph 141/43) en op die van 1936 (nvph 289/92). Overeenkomend met bijbelse gelijkenissen bezitten beide kinderzegels ook nog een andere parallel. De engel (brenger/vertegenwoordiger van weldaden) is gelijk aan de postzegelkoper (financieel ondersteuner van het goede doel). Rolgedrag: goed voorbeeld doet (goed) volgen.

Portretschilder Georg Rueter heeft op de eerste Nederlandse kinderpostzegels een hoop- en verwachtingsvol kinderkopje tussen twee engelen geplaatst. Het hulpbehoevende kind wordt beschermd én gedragen (letterlijk en figuurlijk) door de vleugel van beide engelen. Rueter heeft bij het tekenen van het kopje zijn oudste dochter Maria als model gebruikt. Met de zegelafbeelding spoort Rueter iedereen aan ook de beschermende rol van beide engelen over te nemen door kinderpostzegels te kopen. Deze communicatiemethode door bijbelse gelijkenissen wordt nu als indirect en omslachtig ervaren. Destijds in het kerkelijk verzuilde Nederland werd deze hint meteen verstaan en begrepen.

De engel die op een bazuinhoorn blaast doet denken aan een putto (bestaande uit wit stucwerk rondom ramen, deuren en/of spiegels) uit de beeldhouwkunst van de barokperiode. Deze postzegelengel als afgezant/boodschapper uit hoger sferen spoort met het sonore hoorngeluid mensen aan tot het kopen van weldadigheidspostzegels voor het hulpbehoevende kind.
Traditionele kerstsfeermakers
De engeltjes zijn door overlevering tot traditioneel passende sfeermakers rond de kerstdagen gedegradeerd. Zij bevorderen/verhogen met andere attributen een commercieel gezellige kerstsfeerbeleving.


Het beweeglijke, redelijk werkelijkheidsgetrouwe en statische, sterk gestileerde engeltje zijn door hun stijl en kleurkeus dé vertegenwoordigers van de Decemberpostzegels 2001 en 2005 (nvph 2017 en 2227).
Een aantal winnaars van de postzegelontwerpwedstrijd van de Decemberzegels 1999 heeft ook gebruik gemaakt van de traditionele engel en ze verschillende rollen laten spelen.

Patricia van Neut tekende een hemelse engel zwevend tussen enkele sterren. “Op school heb ik voor het vak beeldende vorming iets moeten tekene in de stijl van Karel Appel.” Heldere kleuren en duidelijk herkenbare omtrekken verwijzen dus naar Appel in dit ontwerp.
Davina Bovenlander omringt haar zingende engel (in een blauwe ruimte zwevend) niet alleen met muzieknoten, maar ook met een vliegende schotel, sterren en antenne- en schermdragende ballen.


De harpspelende engel met een omvangrijk bos haar van Evelyn de Zeeuw draagt een gestippelde jurk en zweeft voor achtergrond met daarop notenbalken. Het rechthoekige geheel is bijzonder decoratief door sterretjes en halve maantjes omringd en ingesloten.
Deze afbeelding van de tweejarige engel Tatelijne (dochter van de ontwerpster Rosmarijn Smink) stond een jaar eerder op een eigen gedrukte kerstkaart.
Fantastische verbeelding
Begin en einde van deze bijdrage staat visueel in het teken van de fantasie. In de voorstelling (op het beeld in de geest) is het onmogelijke en fantastische uitvoerbaar en in een tekening zelfs te realiseren. Een drietal kinderpostzegels geeft de mens direct en/of indirect vleugels, waarmee hij in gedachten ook kan vliegen.



Op de 10 cent kinderpostzegel 1964 (nvph 831) kan het gevleugelde meisje dat tijdens het balletdansen. Tante Nans van het kinderliedje ‘Tante Nans zat op een gans’ (nvph 802) vliegt met hulp van een gans ook door het luchtruim, dat de vrouwelijke piloot op de 75 cent kinderpostzegel 1987 (nvph 1389) met behulp van een vliegtuig ook klaar weet te spelen.




















Reacties (1)
@Bate, interessant artikel met een aantal mooie en goed bij deze tijd van bezinning passende zegels!
Schrijf een reactie