Opmerkelijke koninklijke ‘bijzonderheden’leiden - Postzegelblog

Opmerkelijke koninklijke ‘bijzonderheden’leiden

3

Mijn bezoek aan het Grafische Design Museum in Breda en de uitgifte van het prestigeboekje ‘Passie voor postzegels’ is de aanleiding geweest dat ik me uitgebreid verdiept heb in afbeeldingen en achtergronden van postzegels, die op een of andere wijze met het Koninklijke Huis hebben te maken. Deze bijdrage is de afsluiting van het thematische onderwerp.

1)  Achteruitkijkende vorsten

koninginnen-400p.jpg

Vanaf 1840 bestaat bij muntafbeeldingen de traditie dat het portret van de opvolgende vorst in tegengestelde richting komt te staan van de voorganger. De kijkrichting van het staatshoofd op postzegels kent deze traditie niet. Heel duidelijk wordt de eenzijdige blik van het staatshoofd geïllustreerd op twee bladzijden van het 19e prestigeboekje ‘Passie voor postzegels’. Op bijna alle afbeeldingen kijkt de vorst links.

nvph31.jpg nvph6.jpg

nvph 3 en 6

nvph48.jpgnvph2371.jpg

nvph 48 en 237

nvph2651.jpg
nvph 265

Er  bestaat maar een gering aantal staatshoofden op onze Nederlandse postzegels, waarop de vorst met een vooruitziende, op de toekomst gerichte blik, die naar rechts kijkt (nvph 1/3, 4/6, 34/48, 236/37 en 265).

Naar ik hoop, plaatst één van beide heren van TNT Post, die ontwerpers tijdens het vormgevingsproces van postzegels begeleiden, een reactie op postzegelblog, waarin het de lezer duidelijk wordt gemaakt waarom het overgrote deel van de afgebeelde Nederlandse koning(inn)en op Nederlandse postzegels ‘achteruit-kijkers’ zijn. Bij voorbaat dank.

2)  Spiegelbeeldige koningen

nvph90.jpg  munten-willem-i.jpgwillem-i-kop.jpg

nvph 90

nvph96.jpg munten-willem-iii.jpgwillem-iii-kop.jpg

nvph 96

Volgens het Handboek Nederlandse Postwaarden heeft ontwerper De Bazel bij het ontwerpen van de  Jubileumzegels van de onafhankelijkheid van ons land (nvph 90/101) foto’s gebruikt van munten met portretten van koning Willem I, II en III bij het tekenen van de portretkoppen. Twee munten werden gespiegeld afgedrukt om de koppen van de koningen Willem I en III dezelfde kant uit te laten kijken.

Met andere woorden de koningen Willem I en III zijn spiegelbeeldig, (dus opzettelijk aangepast en daardoor onjuist) op de postzegels afgebeeld. De Bazel trok op transparant papier de koppen van de munten over. Naderhand gebruikte hij de achterkant van deze tekeningen bij het maken van zijn ontwerpen.

De hierbij opgevoerde muntafbeeldingen van Willem I en Willem III zijn spiegelbeeldig.

3)  Een waardigheidverhogend attribuut

nvph342.jpg

nvph 34

Teneinde de postzegelafbeelding van de 10-jarige jonge koningin met loshangend haar toch nog enige koninklijke waardigheid uit te laten stralen, draagt ze om haar hals een parelkettinkje.

4)  Over ‘behelpen’ gesproken

nvph478.jpg

nvph 478

In januari 1947 gaf koningin Wilhelmina de minister van Financiën toestemming een nieuwe beeldenaar te laten ontwerpen voor een reeks munten. Ze liet echter uitdrukkelijk weten dat zij niet van plan was te poseren! De kunstenaars die een ontwerp moesten maken, kregen daarom als voorbeeld een zwaar geretoucheerde foto van de

munt-wilhelmina-blz-115.jpg

vorstin en een vergroting van de nieuwe postzegel van 10 cent (nvph 478). Uiteindelijk is Wenckebach de ontwerper van de reeks munten geworden.

5)  Koningin één- en koningin tweeoog

nvph5181.jpgnvph6171.jpg

nvph 518 en nvph 617

Het drukresultaat van de en face postzegels van Juliana (nvph 518/37), frontale opstelling) was te sterk afhankelijk [1] van de gaafheid van de etsing, [2] van de kleur en [3] van de drukbaarheid van de inkt. Bij de rasterdiepdruktechniek van de lage waarden kwam de uitdrukking van het gezicht dikwijls onvoldoende sprekend over.

Het Handboek Postwaarden Nederland verwoordt: “Het ene oog bij een portret en profil is van veel minder invloed op de uitdrukking van het geheel dan de twee ogen van een portret en face. Een minder gunstig vallen van het raster is hier dan ook van minder invloed. Voorts is een portret en profil markanter te reproduceren dan een en face, waarin het zozeer op de halftonen aankomt. Vandaar dat men zo snel mogelijk wilde overgaan tot een emissie Juliana en profil.”

Het is dus geen succesvol(le) ontwerp en emissie geweest in de korte periode1949 t/m 1951. Door het onverwachte aftreden van Wilhelmina is deze emissie in betrekkelijke haast tot stand gekomen.

nvph654.jpg nvph835.jpg

nvph 654 en 835

Het portret van Juliana en profil (nvph 617/40) is naderhand zelfs nog aangebracht op Statuut 1954 (nvph 654) en Statuut 1964 (nvph 835). Bij de Statuut-postzegel 1954 is de koningin als centraal ‘bindmiddel’ van het Koninkrijk der Nederlanden opgevoerd, dat uit ons land en de landsdelen de Antillen, Aruba en Suriname bestaat. Het staatshoofd bevindt zich als een spin in het web (cirkelvormige omlijsting met de landsnamen).

Popularisering
Het koningshuis is vanaf 1980 een dankbaar en winstgevend thema voor TNT Post geworden. Toen begon de verandering van het beleid van TNT Post. Het economisch belang trad steeds meer op de voorgrond. De marketingafdeling van de Posterijen ging de visuele vormen beoordelen, gericht op een groot publiek en een grotere omzet. Het koningshuis werd ‘zorgvuldig in de markt gezet’. Daarbij speelt de fotografie een hoofdrol. De fotografische momentopnamen van de postzegels zijn alle al afgedrukt in de pers en/of vertoond op de televisie. Een geschilderd of getekend portret is niet meer in op een postzegel.

Resumerend

Een postzegel met daarop een afbeelding van het staatshoofd dient betekenis te bezitten, passend bij de lijn van de traditie en de tijd. Moet het portret een symbolisch afstandelijk of een werkelijkheidsgetrouw karakter bezitten met individueel menselijke gelaatstrekken van de vorst[in]? Beeltenissen variëren op postzegels. Soms is het een weerklank van [a] stijlopvattingen van een bepaalde tijdsperiode, soms van [b] een maatschappelijke houding ten opzichte van het koningschap. Anders gesteld: soms [a] een meer traditioneel symbolisch beeldenaarstype, soms [b] een meer werkelijkheidsgetrouwe weergave, waarin de werkelijke verhouding van de vorst[in] tot het volk tot uitdrukking komt.

De eerste emissies komen stilistisch overeen met die uit het buitenland. Na 1900 met de moderne kunstnijverheid komen er veranderingen. In de 20e en 30e jaren zijn veel progressieve kunstenaars, ontwerpers, vormgevers of architecten aangetrokken die de moderne kunstontwikkeling tot 1940 hebben bepaald. Hun gevarieerde ideeën en visies geven voor die tijd een eigentijds kunstbeeld.

Bij Koninklijk Besluit wordt sinds 1895 in Artikel 12 geregeld dat postzegels en postzegelafdrukken [ …..] de beeltenis van het Hoofd van de Staat te dragen. Het vooraf kopen van een postzegel voor de bezorging van het poststuk door TNT Post (destijds een staatsbedrijf) wordt gegarandeerd. Een symbolische garantie vormt de afbeelding van het staatshoofd. Bij een munt verzekert de afbeelding van de vorst de waarde en de koopkracht  als wettig betaalmiddel.

Bronnen van deze artikelenreeks van 20/7, 27/7, 3/8,en 24/8:
· Nederlandse postzegels 1971  t/m 1990, uitgave Staatsbedrijf PTT
· Nederlandse koning- en koninginnezegels, Paul Hefting
· Handboek Nederlandse Postwaarden
· De vorm van het koningschap, 25 jaar ontwerpen voor Beatrix: Paul Hefting, Els Kuijpers, Gert Staal 

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Nederland Koningshuizen



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (Breng als eerste je stem uit.)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Bate Hylkema schrijft vanaf 1980 artikelen over filatelie en woont in het Friese Beetsterzwaag.

Tags bij dit artikel

Reacties (3) Schrijf een reactie

  • Bate Hylkema op 24 augustus 2008 om 19:52

    Een aanvulling op het tijdgebondene van het laatste deelhoofdstuk vormt het onderstaande:

    Alle frankeerzegels tot ongeveer 1935 bezitten (gelijk papiergeld) ingewikkelde motiefrijke ornamenten, sierranden, lauwerkransen en een grote verscheidenheid aan weelderige lijnpatronen en krullen. Deze ‘over-gedecoreerde’ omlijsting/opsmuk (het bezit een aureool-fuctie) diende in de eerste plaats nationaal (èn internationaal tegenover [buur]landen en in koloniën) te imponeren. De grootheid, waardigheid en verhevenheid van de koning èn de staat moest in het bepaald niet vreedzame Europa-van-toen bevestigd en uitgedragen worden. Bovendien veronderstelde men aanvankelijk hiermee ook namaak van postzegels (gelijk bij bankbiljetten) te kunnen voorkomen.

  • Rein op 25 augustus 2008 om 12:24

    @Bate

    Heb je het hier ook over de kunstemakers-zegels uit 1923??

    Als het gaat om voorkomen van namaak denk je dan ook aan het watermerk vanaf 1924???

    Kun je dit potsemakers syndroom [over-gedecoreerd, aureool-functie] wat beter illustreren want ik geloof er geen snars van….

    En met het blauwe vredeszegel durfde de PTT in ieder geval het ons bevriende staatshoofd te trotseren…

  • Bate Hylkema op 25 augustus 2008 om 14:34

    Rein, voor overdecoratie en aureoolfunctie zie mijn bijdrage van 21 juli j.l.

Schrijf een reactie

(registratie is niet nodig)