De ongetande Willem III en meer - Postzegelblog

De ongetande Willem III en meer

2

postHoe kwam in 1852 de eerste postzegelserie van Nederland tot stand? Midden 19e eeuw was in heel Europa de post het enige algemene communicatiemiddel want zaken als telegraaf, telefoon enzovoort voor het grote publiek lagen nog ver in de toekomst.

In die tijd had Nederland 2½ miljoen inwoners waarvan de helft kon lezen en schrijven.
Er bestonden in het Nederlandse voor-postzegeltijdperk slechts 94 post- en ‘distributie’-kantoren. De meeste postkantoren, vaak met een open raampje (loket) in de voorgevel, waren tevens woonhuis van de postdirecteur. Aan het buitenloket kon tijdens openingstijd door de klanten post worden afgegeven, opgehaald en afgerekend: de geadresseerde betaalde de porto.

Nederland.gifEen brief naar een postkantoor in een andere stad in West-Nederland deed er twee dagen over, een brief naar het platteland of naar Noord- en Zuid-Nederland vaak een week, tijdens de winter nog langer.

Het porto kon lelijk oplopen tot soms een half dagloon. Vele geadresseerden weigerden dan ook om hun post in ontvangst te nemen. Het beetje post dat verstuurd werd was daarom meestal zakelijk en gericht aan handelsbedrijven, notarissen of overheden. Enveloppen waren te duur vanwege het gewicht.

De tariefberekening was nogal ingewikkeld. Clandestiene partikuliere bezorgdiensten waren actief maar helaas weinig betrouwbaar. Droevige toestand, tijd dus voor verandering.

Een nieuwe grondwet in 1848: met het eerste liberale kabinet Thorbecke 1849-53 woei een nieuwe wind in ons land. De bekwame minister van financiën uit dat kabinet, Peter van Bosse (1809-79) ging in 1850 de Post met een nieuwe wet aanpakken.

Op voorbeeld van het buitenland werd de dienst efficiënt georganiseerd. Elke gemeente moest zorgen voor een postkantoor, waar nodig voor hulppostkantoren. Zo kwamen er 122 postkantoren (franco/halfrondstempels) en 546 hulppostkantoren (langstempels). De tarievenwirwar werd vereenvoudigd. Voor een standaardbrief werd het tarief nu 5 cent voor afstand tot 30 mijl, 10 cent van 30 tot 100 mijl, nog verder 15 cent. (Goedkopere drukwerktarieven kwamen pas in 1864). Aan de verplichte postzegel wou zijne Exellentie nog niet, hoewel die naar Engels voorbeeld uit 1840 al in tientallen landen was ingevoerd. Nederland telde destijds slechts 75.000 kiezers in een distriktenstelsel. Kamerlid zijn was een erebaantje, daarom waren kamerleden meest grote zakenlieden (liberaal) of adellijke grootgrondbezitters (conservatief). Liberale kamerleden eisten portverlaging en invoering van postzegels en brievenbussen net als in het buitenland.

Ze waren het zat dat hun achterban, de handelaren, port moest betalen voor ongevraagd toegezonden mail en dure klerken dagelijks in de rij moest laten staan voor een postkantoor. Conservatieve kamerleden waren tegen verandering, vooral om Thorbecke dwars te zitten.

willem-iii.jpgBovendien moest de minister uitkijken met revolutionaire wetsontwerpen. De net beëdigde conservatieve koning Willem III was een weinig ontwikkelde en grillige man, berucht om zijn uitspattingen en onvoorspelbare humeur. Hij had een afkeer van regeringszaken – speciaal die van het kabinet Thorbecke – en of hij een handtekening onder een wet ging zetten, was voor hem een weet en voor ieder ander een vraag. Vandaar een compromis: de minister voerde met de nieuwe Postwet inderdaad de postzegel in, maar gebruik daarvan was ‘in geen geval verplichtend’. De koloniën kregen geen postzegels, achteraf moest dat wachten tot 1864 resp. 1873.

De koning tekende in 1850 de nieuwe Postwet, het Koninklijk Huis genoot portvrijdom. Peter van Bosse, ook bekend door zijn Muntwet en Scheepvaartwetten, zal in zes kabinetten minister blijven.

Zo verschenen in 1852, dus rijkelijk laat, de ongetande 5, 10 en 15 cent Willem III postzegels.

Direkt zag men overal advertenties waarin firma’s mededeelden dat voortaan alleen met postzegels gefrankeerde post zou worden geaccepteerd. Particulieren (en het Koninklijk Huis) bleven de postzegels echter mijden als zijnde nieuwerwetse Haagse fratsen maar maakten wel dankbaar gebruik van een andere Haagse frats: de eindelijk ingevoerde brievenbus.

posttrein.jpgEn zo gingen de jaren voort en raakte de postzegel ingeburgerd. In de loop der tijd nam het briefvervoer wel toe – stoombootje, trein, postwagen, bode – waardoor duidelijk werd dat de porto-inning bij het bestellen van ongefrankeerde brieven te veel oponthoud kostte. Om die reden werd twintig jaar later, in 1870, frankering met postzegels alsnog wettelijk verplicht en werden de eerste strafportzegels ingevoerd. De besparing was dermate dat een landelijk brieftarief van vijf cent kon worden ingevoerd. Terzelfder tijd (1870) kwamen enveloppen in zwang en werd naar Oostenrijks voorbeeld de briefkaart (algemeen port 2½ cent) ingevoerd. Zo is het allemaal gekomen, zei Bredero.

Illustraties van oude brieven, alle nog zonder envelop:

1) Een ongefrankeerde brief van Roermond naar Maastricht uit 1866 – in het postzegeltijdperk dus – , model als tot 1870 gebruikelijk. Let op het stempel ‘Na posttijd’. De brief is gepost na de buslichting, bezorging is dus vertraagd. Met pen is ‘10’ geschreven, de ontvanger moet tien cent betalen, afstand is meer dan 30 mijl.

wim1.jpg

2) Een brief uit 1854 van Amsterdam naar Haarlem, gefrankeerd met een prachtexemplaar Nederland 5 ct no 1c staalblauw, plaat I pos.60. De afstand is minder dan 30 mijl, dus vijf cent frankering volstaat.

wim2.jpg

3) Een brief uit 1862 van Oudewater naar Arnhem, gefrankeerd met Nederland 10 ct, stempel Franco in kastje. De afstand is meer dan 30 mijl en minder dan 100 mijl, dus 10 ct frankering nodig.

wim3.jpg

4) Een brief uit 1860 van Den Haag naar Leipzig, gefrankeerd met twee maal Nederland 15 c no 3c, breedrandig.

wim4.jpg

5) In 1864 kwamen zonder officiële vooraankondiging de 5, 10 en 15 cent Willem III zegels getand uit. Deze zouden langzaamaan de ongetande zegels gaan vervangen. Engeland had toen al tien jaar getande postzegels, namelijk sinds 1854. Een brief uit 1866 van Amsterdam naar Koningsbergen (Oostpruisen, heet nu Kaliningrad), stempel franco in kastje, gefrankeerd met Nederland 5 c no 4 en 15 c no 6 getand. Let wel: 1866 is hetzelfde jaar als dat van de ongefrankeerde brief van Roermond naar Maastricht, hierboven getoond.

wim5.jpg

Oude Nederlandse brieven met frankering sparen is wel leuk, maar een prijzige hobby want er zijn weinig brieven en veel rijke liefhebbers. Een enkeling ter illustratie van de Nederlandverzameling gaat nog net. Nederlandse brieven zonder frankering zijn goedkoper maar worden langzaamaan ook prijziger. Vreemd genoeg zijn buitenlandse ongefrankeerde brieven naar verhouding goedkoop.

Lit: Lexicon Geschiedenis van Nederland & België, Mulder cs. 1994
NVPH Speciale Catalogus
Opnieuw in de vaart der volkeren, J.deRek (Sesam Gesch.der Ned.) 1985

Dit artikel van Philip Levert is eerder verschenen in ‘Onder de Loupe’ van postzegelvereniging Haarlemmermeer

Gratis online postzegelcatalogus

Kijk in onze catalogus voor meer postzegels
Historisch Nederland



Nieuwsgierig naar de nieuwste postzegel- en postzegelproducten?

Kijk dan bij Collect Club.

Beoordeel met 1 sterBeoordeel met 2 sterrenBeoordeel met 3 sterrenBeoordeel met 4 sterrenBeoordeel met 5 sterren (Breng als eerste je stem uit.)
Loading...
PrintSchrijf een reactie

Philip Levert van Postzegelvereniging Haarlemmermeer schrijft verhalen over postzegels waarin de geschiedenis en de reizen die hij gemaakt heeft een grote rol spelen.

Tags bij dit artikel

    Reacties (2) Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    (registratie is niet nodig)